Brieven & Antwoorden (XII)
Antwoord omtrent ons eutanasiestandpunt
27
april 2000
betreft:
Euthanasie
Mijnheer,
Voor
zover ik weet, bestaan er binnen de Asatrú geen teksten over euthanasie
aangezien de 'Weg van het Noorden' iedereen aanspoort voor zichzelf een weg uit
te tekenen volgens de traditionele principes. Evenwel ben ik de mening toegedaan
dat er, vanuit de gedachten verwoord in de Hávamál, aanwijzingen zijn die
eerder pro euthanasie dan contra geformuleerd kunnen worden. Ik verklaar mij
nader.
De
traditionele leer stelt, dat kosmische Orde kan verkregen worden indien de mens
zijn eigen lot (forlögr, orlögr - letterlijk 'hetgeen voorligt', de 'oerwet')
- dat door de Goden in ieder mens gelegd werd - volvoert (denk aan de amor
fati). Dit volvoeren van het lot is enkel mogelijk voor zover de mens zich
inschakelt in de heroďsche Weg van de Goden, d.w.z. voor zover hij zich
verbindt met zijn diepste innerlijke kern, zijn diepste identiteit. Hetgeen de
mens verwijdert van zijn eigenlijke Zijn - van wie hij op dat moment in die
gegeven omstandigheid IS als mens op de wereld - is verwerpelijk. Daaronder
verstaat men handelingen die oneerbaar zijn en het heilagr (de eenheid met de
Goddelijke principiae) van de mens aantasten.
Het
heilagr van een individu staat niet op zich, maar vormt met de andere heilagur
van de familieleden het z.g. ćttheilagr, het familieheil. Een oneervolle
handeling (een handeling die de mens van zijn kern verwijdert) tast dus niet
alleen het persoonlijke heilagr aan, maar tevens dat van de ganse
familie/clan/sibbe. Vandaar dat - in geval de oneerbaarheid niet meer
rechtgetrokken kan worden - een zelfdoding gelegitimeerd is. Het gaat dus binnen
de Noordse traditie in de eerste plaats over het behoud van de Orde. Een
systematische afbrokkeling van deze Orde als gevolg van op elkaar volgende
oneerbare daden, kan een cataclysme teweeg brengen waardoor een volledige
maatschappij totaal verzwakt en daardoor in gevaar komt. Dat wordt dus vermeden
door zelfmoord. In dat opzicht kan er een parallel getrokken worden met de
Shoguns en Samoeraď in Japan, voor wie de niet voltrokken eerzame opdracht in
dienst van de Keizer onvermijdelijk de zelfmoord (sepukku) van de betrokken
strijder impliceerde.
Als
principe kan gesteld worden, binnen de Noordse traditie, dat alles wat afleidt
van eerbaar, sterk, krachtig, bruisend leven, beter teruggeworpen wordt in
Ginnungagap, zijnde de afgrond waar alles in potentie aanwezig is en waaruit het
Rad van de Wording telkens opnieuw put. Dat betekent niet dat alle zwakke leven
zomaar vernietigd mag worden, want zolang dat leven eerbaarheid bevat, dient het
ten allen prijze beschermd te worden.
Deze
passages uit de Hávamál moeten er maar eens op nagelezen te worden:
De
vorstenzoon
moet
bezinnen en zwijgen
en
sterk zijn in de strijd;
de
vrijgeborene
zij
vriendelijk en blij,
tot
de dood hem bedwingt.
wie
lang denkt te leven,
als
hij de strijd maar schuwt;
aan
de ouderdom
ontkomt
hij nooit,
zelfs
al spaart hem de speer.
De
boom verdort
die
staat op een berg,
loof
beschut hem nog schors;
zó
is de mens
door
niemand bemind:
waartoe
leeft hij nog langer?
rijdt
men naar het ding,
ook
al is men daar armelijk gekleed:
men
schame zich niet
over
schoenen en broek,
zelfs niet om een kreupele knol.
Voor
‘t mensengeslacht
baat
meest het vuur
en
‘t schijnsel der stralende zon,
gezondheid
ook,
en
zo het mag zijn,
te
leven schandeloos.
Het
is beter te leven
al
ontbeert men geluk:
wie
leeft verkrijgt wel een koe;
bij
een rijke zag ik
eens
roken een vuur,
maar zelf lag hij dood voor de deur.
Een
manke kan rijden,
een
verminkte hoeden,
een
dove deugt in de strijd,
beter
is blind
dan
verbrand te zijn:
een
dode is niemand tot nut.
Vee
sterft,
vrienden
sterven,
zeker
sterft men ook zelf;
maar
nimmer sterft
een
naam vol roem
voor wie zich een goede verwierf.
Vee
sterft,
vrienden
sterven,
zeker
sterft men ook zelf;
maar
één ding weet ik
dat
altijd blijft:
het oordeel over de dode.
Uit
dat alles blijkt duidelijk, dat het leven niet zomaar mag beëindigd worden
omdat men ziek is of omdat men zich in een (materieel) armzalige toestand
bevindt. Wel dient voor alles de eerbaarheid voor ogen gehouden te worden. Een
arm, eerbaar persoon verdient veel meer bescherming dan een rijk oneerbaar
figuur, die in wezen beter zelfmoord zou plegen. Het lijden komt hier dus amper
om het hoekje kijken en erg lijden is nog geen reden om het leven te beëindigen,
tenzij het oneerbaar zou zijn op deze of gene wijze dat leven te verlengen.
U
ziet, niet zo'n gemakkelijke opgave. De euthanasie-kwestie kan in mijn optiek
niet bij wet bepaald worden, omdat het eerbaarheidsaspect verweven is met het
lot van een mens. Niemand kent het lot van een individu, uitgezonderd het
desbetreffende individu zélf, ergens diep in zijn binnenste. Vandaar dat de wet
nooit het aspect 'eerbaarheid' zal kunnen verwoorden, noodzakelijk om het
euthanasieprobleem op te lossen.
In
dat opzicht is euthanasie volkomen verschillend van abortus, omdat het, in het
geval van euthanasie, (soms) om een persoonlijke beslissing over het eigen leven
handelt, terwijl het bij abortus steeds anderen zijn die over de foetus (al dan
niet beschouwd als een leven apart van de moeder) beslissen.
U
gelieve uw partijgenoten dus ons genuanceerd en uitgebreid becommentarieerd
standpunt mee te delen. Reactie is altijd welkom.
Met hoogachting
Koenraad
Logghe