Brieven & Antwoorden

 Antwoord van de Minister van Justitie, mevrouw Onckelinx 

De Vice-Eerste Minister
Minister van Justitie

Brussel, 17 -11- 2004

De Heer Koenraad LOGGHE
Werkgroep Traditie v.z.w.
Oud Arenberg 65
9130 KIELDRECHT
___________________________
U/Ref:
O/Ref: LO/LB/PV/mv/2004/943/36564

Geachte Heer,

Ik meld u goede ontvangst van uw brief van 24 oktober 2004 waarin u een bepaalde discriminatie op het vlak van de erkenning van erediensten en van de niet-confessionele gemeenschap in België aan de kaak stelt.

Onze grondwet waarborgt de rechtvaardige behandeling van eenieder op ons grondgebied, en in het bijzonder van de erkende erediensten alsook de nietconfessionele gemeenschap van België.

Het is zeker mijn bedoeling om een beleid van gelijkheid te voeren met respect voor de eigen karakteristieken van de erkende erediensten. Daarom neem ik mij voor om gedurende deze hele legislatuur actief in dialoog te blijven met de vertegenwoordigers van de verschillende erediensten zowel als die van de centrale niet-confessionele Raad zodat mijn beleid op dit vlak coherent kan zijn.

Persoonlijk heb ik er geen bëzwaar tegen dat er nagedacht wordt over het heffen van belastingen ten voordele van bepaalde levensbeschouwingen, voor zover dit in de lijn ligt van een specifiek juridisch kader dat de fundamentele rechten eerbiedigt. Ik vestig er immers uw aandacht op dat voor een dergelijke belasting iedere burger verzocht wordt om officieel kenbaar te maken tot welke religie hij behoort door een deel van zijn inkomstenbelastingen aan een welbepaalde eredienst toe te wijzen. Het gaat hier om een zeer gevoelig onderwerp.dat wij niet kunnen behandelen zonder dat eerst de voor- en nadelen van zulk system zijn afgewogen.

In de hoop u een afdoend antwoord te hebben gegeven op uw vragen, groet ik u,

Hoogachtend.

Laurette ONKELINX