De Goden van het Noorden

De oud-Noordse religie heeft een veelvoud aan Goden en Godinnen, net zoals dat het geval is voor elke Indo-Europese religie. Er zijn evenwel duidelijke structuren te bemerken die enkel in deze etnische religies voorkomen. Een eerste vaststelling die gemaakt kan worden is het bestaan van twee antagonische krachten of Godengroepen:

 In wezen gaat het om een tweedeling die ongeveer gezien kan worden als een rivaliteit tussen de Lichtgoden – de hemel, dag of geestelijke krachten vertegenwoordigend – en de donkere Goden – zijnde Aardgoden, Nachtgoden, of Vruchtbaarheidsgoden. Uiteindelijk sluiten die twee groepen vrede, en ontstaat er een vervlechting van het hemelse en het aardse.  

Daarnaast bestaat er een duidelijke functionele Goden-indeling bij de Indo-Europeanen die op alle niveaus kan doorgetrokken worden.  Zo erkent men drie essentiële functiegebieden: 

  1. Magisch-Religieuze en Rechtskundige functie

  2. Strijdersfunctie

  3. Vruchtbaarheidsfunctie  

 

De eerste functie omvat twee deelgebieden, waarvan de eerste (magisch-religieuze) toegespitst is op het onzichtbare ‘intellectuele’ niveau. Daarmee wordt het ‘niveau van het hogere schouwen’ bedoeld. Het bevat de verborgen wetmatigheden (het esoterische aspect) evenals de beoefening van de religieuze principes. Het tweede (rechtskundige) deelgebied omvat een reëel toepassen van de religieuze principes in een ethische code die de relaties tussen mensen, families en gemeenschappen regelt.  

De tweede functie wordt aan de strijders toegewezen. Het betreft hier een volkomen instaan voor de wereldlijke functie van het heersen en het beheren van het heilige, voorouderlijke land. Het hoofd van deze tweede functie is de koning, die evenwel door zijn koningswijding er een rituele functie bijkrijgt, d.w.z. een soort brug-status (pontifex-status) ontvangt, en daardoor ondergebracht kan worden bij de hierboven beschreven eerste functie. Denken we ondermeer aan de brug-functie die de keizer in het Oude Rome had: hij trad op als pontifex maximus, brugbouwer tussen de mensen en de Goden. Vandaar dat die functie veelal gekoppeld wordt aan een Brug-God of God-Boodschapper. Bij de Noordse volkeren vervult Heimdallr die functie, bij de Indiërs is dat Agni.  

De derde groep, die van de producenten, is toegespitst op de vruchtbaarheid. Dat omvat zowel het bewerken van het land, het verhandelen van goederen, het behouden van de vrede, het bedrijven van de liefde, als het beogen van de schoonheid.  

Kort samengevat komen de drie functionele groepen overeen met drie pijlers:
Wijsheid, Kracht en Schoonheid.  

In de hogere wereld worden die functies vertegenwoordigd door een aantal Goden/Godinnen:  

1 Odhínn (magisch-religieuze functie) en Tyr (rechtskundige functie)

2.  Thórr (strijdersfunctie) en Heimdallr (Brug-God, Hogere Zèlf)
 Loki (Brug-God, lagere zelf of ego, principe van verandering)

3.  De tweeling Freyr/Freyja (vruchtbaarheid – het ‘vrijen’)  

Bij andere Indo-Europese volkeren bestaat er een gelijkaardige indeling:

Deze driedeling wordt bij de mensen weerspiegeld in de ordening van de maatschappij. 
Daar onderscheiden we drie grote functionele groepen:  

1. priesters-rechtsgeleerden (goði, druïden)

2. strijders (jarls, aires)

3. producenten (karls, bo-aires – waarvan ons woordje boer is afgeleid)

 Tot aan de Franse Revolutie bleef deze indeling gelden in het Westen onder de vorm van prêtre, soldat, tiers état. In Indië daarentegen bestaat het nog altijd als de basis van het kastensysteem: brâhman, kshatriya, vaisha. Ook in de menselijke persoon speelt de indeling een rol: de wijsheid wordt vertegenwoordigd door het hogere schouwen (de hogere menselijke capaciteit – tweede zicht); de kracht wordt vertegenwoordigd door het psychologische doorzicht in bepaalde situaties (psychè); de schoonheid is gelinkt aan het lichaam. Op macrokosmisch vlak komt de wijsheid overeen met de hogere wereld (ásgard), de kracht met de middenwereld (midgard), en de schoonheid met de onderwereld (útgard). In symbolische kleuren uitgedrukt – en zeer typisch voor de Indo-Europese volkeren - wijsheid/priester heeft een witte kleur; bloed/strijder heeft een rode kleur; aarde/boer heeft een zwarte kleur.  

Naast deze toch fundamentele indeling bij de Indo-Europese volkeren, kennen we binnen de Asatrú ook nog talrijke andere Goden en halfgoden: Vidar, Vali, Bragi, Skadi, Balder, Hödur, Wili, Wé, Mimir, Hár, Jafnhár en Thridi, Sigyn, Frigga, Sif, Hel, Gefjön, Hlodyn, Fjorgyn (moeder van Thórr en etymologisch verwant met de Baltische Dondergod Perkun, of diens pendant Parjanyas bij de Indiërs) Ullr, Saga, Forseti, Njörd, ... Zij hebben allen hun specifieke functie en kenmerken. De heiligen uit christelijke tijd kunnen zowat met hen vergeleken worden; sommige christelijke heiligen gaan trouwens rechtstreeks op deze Goden terug, bv. St.-Maarten op Odhínn, St.-Elooi en St.-Christoffel op Thórr, ... Ze worden voor specifieke noden aangeroepen.

 

Tenslotte zijn er ook nog de elementaal-geesten zoals zwarte, witte en rode elfen, kobolden en alvermannekens, beschermgeesten (fylgjur) en huisgeesten (rupels – denk aan repelsteeltje). Door al die Goden en geesten is het inderdaad denkbeeldig dat de Asatruar hun wereld ervaren als een leefomgeving die onder een sluier van voortdurende betovering ligt, als bezield en mysterieus. “De wereld is vol van Goden!” riep ooit een heiden uit. Ook voor de Asatrú gaat dat op.

  Eén ding schonken mij

Onvoorwaardelijk

Uit hunne overvloed

De eeuwige Goden:

het Ogenblik.

(P.C. Boutens)

foto 1: Middeleeuws manuscript waarin de Goden en Godinnen van het Noordse pantheon worden besproken. Hier: Gunnlöd, de dochter van de reus Suttung, bewaakster van de drie ketels mede; en Thökk - de als reuzin vermomde Loki die weigerde een traan te laten voor de gestorven Balder, waardoor zij/hij de terugkeer van de Zonnegod verhinderde

foto 2: Een Schikgodin of Norne met haar typische symbolen: het ei waaruit het leven ontstaat, en de spinrok waarrond de levensdraden gewonden worden.

foto 3: Middeleeuws manuscript waarin de Goden en Godinnen van het Noordse pantheon worden besproken. Hier: de blinde God Hödur, moordenaar van de Zonnegod Balder op aanstoken van de geslepen Loki; verder Tyr - de Zwaardgod en God van het Recht (1ste functionele stand); en tenslotte de zwijgzame Vidar, zoon van Odhínn, doder van de Fenriswolf

foto 4: De Romuva Donder- en Berggod Perkunas, het evenbeeld van de Noordse Hamergod Thórr

foto 5: Het symbool van de Asatrú: de Thórrshamer, inwijdingssymbool en tegenganger van het christelijke kruis

foto 6: Dievas, de hemelse God, opperste van het pantheon, het evenbeeld van Tyr