Het Rad van het Jaar  

Het is eigen aan de volkeren van het Noorden dat ze een jaarlijks terugkerende feestkalender hadden, een feestkalender die samenhing met de stand van de zon en de maan.

De Werkgroep Traditie v.z.w. organiseert zčlf weinig feesten. Wij zijn geen kerk die van bovenaf vaste regels voor rituelen oplegt. Het is veeleer de bedoeling de families aan te zetten hun eigen rituelen binnen de huiselijke kring uit te voeren en in stand te houden. Wij geloven in de creativiteit van de gezinnen die actief de religieuze beginselen willen beleven zoals ze die zelf aanvoelen. Toch heeft de groep het nodig geacht de bouwstenen voor een mogelijke beleving van de traditionele religie aan te reiken. Benevens diepgaande studies daaromtrent, zijn er ook praktische voorbeelden van rituelen beschikbaar. Denken we maar aan teksten van joelfeesten, Wodanfeesten, oogstrituelen, meiboomplantingen, geboorte-, huwelijks- en doodsrituelen... 

In het tijdschrift Traditie van onze Werkgroep verschijnt momenteel een reeks over de "Asatrú in de praktijk". Daarin wordt dieper ingegaan op de werkwijze en betekenis van rituelen. Ziehier een uittreksel uit de studie:

[aanvang citaat] "De cirkel is hier het symbool van de geest - en meer specifiek van de anima mundi of wereldgeest. Ze wordt ook in de Noordse traditie verzinnebeeld door de slang die in haar staart bijt en om de wereld ligt: de Wereldslang of Midgardsormr. Het is zij die de ganse manifestatie omvat. Die cirkel kan trouwens ook geďnterpreteerd worden als de Zon, omdat de Zon de wereld omvat in haar onophoudelijke reis. De Zon is de levensgeest van onze aarde. De aarde, of de gemanifesteerde wereld dan weer wordt weergegeven door een vierkant (materie), of, als je de hoeken van het vierkant naar het midden toe plooit, het kruis, zoals in onze rituelen. Het is het kruis van de vier elementen, geplaatst op de vier windrichtingen en vertegenwoordigd in de Noordse traditie door de vier dwergen die het hemelgewelf dragen: Nordri, Austri, Sudri, en Vestri. Het Noorden heeft als kenmerk het water (de kosmische wateren, de ongedifferentieerde stof, chaos), het Oosten de lucht (omdat zij een buffer vormt tussen het water en het vuur), het Zuiden het vuur (denk aan de Zomerzon) en het Westen de aarde (daar waar de Zon in Moeder Aarde ondergaat). De vier elementen worden in het ritueel dus benadrukt door het plaatsen van vier kaarsen of fakkels op de kardinaalpunten, of men trekt een kruis in de cirkel, waarvan de kruisende benen het centrum van de cirkel vormen.Wat hebben we dus: we hebben de Geest en we hebben de materie. Toch is dat niet volledig. De Asatrú aanvaardt het dualisme van een Descartes niet, de Franse filosoof die enkel maar lichaam en geest kent. Wij hebben, net zoals de christenen, ook nog een derde component, en wel het bijzonderste: de ziel. Deze ziel is een complex gegeven, zowel qua symboliek als qua gedachtegang. In het eerste hoofdstuk maakte ik er u reeds attent op dat de ziel volgens de Noordse traditie drieledig is: zij bestaat uit önd (het principe van de universele gnosis of kennis), óđ (datgene wat de rationele aspecten aanvoert - drijfkracht van het ego), en tenslotte lá (datgene wat de driften beheerst - de materiële en gevoelsmatige instandhouding). Deze drie elementen werden door de Goden Odhínn, Hoenir en Lodur in de mens gelegd. Deze drie aspecten van de ziel zijn, als door een navelstreng, met elkaar verbonden en overschrijden het menselijke aspect. Deze navelstreng wordt uitgedrukt door de boom of door het vuur. We komen hierop terug. Want önd staat onbeweeglijk centraal, zij is ongeschapen, vermits ze Universeel is, en bijgevolg behoort ze tot het Godenrijk, ook al bevindt ze zich in de Goddelijke mens. Ođ daarentegen is het principe van de betweterigheid, een vale weerkaatsing van önd, en poogt zich steeds weer in de plaats te stellen dit oerprincipe. Het is de motor van de overmoed, losgekoppeld van de Goddelijke Opdracht of Oerwet. Echter, stelt óđ zich ten dienste van het principe van de universele gnosis, dan kan het fungeren als verheffer van het derde aspect, met name van lá. Daar waar óđ een naar boven strevende werking heeft (het vuur uit Ginunga gap), heeft lá een neerwaartse werking (het ijs uit Ginnunga gap). Maar als beiden zich door elkaars tegenwerking temperen en scharen onder de Universele Gnosis (de Oerwet), dan worden de driften gesublimeerd, de rationele werking wordt gericht, en de eenheid tussen de zielsaspecten kan hersteld worden volgens de rechte verhouding: nl. het levensbehoudende aspect en het verstandsaspect onder leiding en in volle harmonie met het Wijsheidaspect. Misschien lijkt dit nogal technisch, maar de mythische beeldspraak komt ons reeds gauw ter hulp.

We hebben er u attent op gemaakt dat de boom als een soort verbindingsweg is tussen de zielsaspecten. De boom staat in het midden van de wereld, een wereld die omcirkeld is door de slang. De wereld wordt gevormd door de bladeren en takken van deze wereldboom, want zij strekt haar takken in alle richtingen uit. De Universele Gnosis wordt op de kruin van de boom (in de regionen van de Goddelijkheid) gesymboliseerd door de adelaar Vedrfölnir met op diens hoofd de scherpzinnige havik (het derde oog), over de stam loopt tussen de wortels en de kruin de eekhoorn Ratatoskr, als boodschapper (cf. Hermes-Mercurius in de Romeinse traditie). En beneden ligt de draak Nidhogr die de animale lusten symboliseert. Zonder het oprichten van deze centrale boom, beste lezer, kunnen we dus niet komen tot de reďntegratie van de zielsaspecten in de Goddelijke regionen. Vandaar dat de eerste handeling binnen het ritueel erin zal bestaan de band met de Goddelijke wereld te maken door middel van het oprichten van een boom enerzijds, of van een vuur (ook vuurboom genoemd) anderzijds." [einde citaat] (Uit Traditie, 9de jg., nr. 4, december 2003 - Vraag een proefnummer aan!)